Een landgoed met een oppervlakte van 230 hectare CO2-neutraal maken; deze uitdaging gaat Stichting Landgoed Keukenhof in Lisse aan. Binnen een paar jaar wil de stichting volledig zelfvoorzienend zijn in haar energiebehoefte.
De heer Hollander, voorzitter van de stichting, vertelt enthousiast over de plannen. ‘Het kasteel en het landgoed zijn in de 17e eeuw gesticht. De bewoners uit die tijd waren koplopers op allerlei gebieden. Wij willen de traditie van vooruitstrevendheid graag voortzetten met dit project.'
Een van de manieren waarop het landgoed energie wil winnen is door hout om te laten zetten in biogas. Het landgoed is verdeeld in een aantal bospercelen van voornamelijk essenhout. Hollander vertelt: ‘In de 18e eeuw werden deze percelen als productiebos gebruikt. Ieder jaar werd van een perceel een aantal bomen afgezet, met een cyclus van negen jaar. Hierdoor kwam er ieder jaar een grote hoeveelheid snoeihout beschikbaar. Het dikke hout werd gebruikt om gereedschapsstelen van te maken, dunnere takken gingen bijvoorbeeld naar bakkers.'
Deze oude methode wordt nu weer opgepakt. Jaarlijks zal een deel van het bos afgezet worden. Het hout dat hierbij vrijkomt gaat naar een biomassacentrale en wordt omgezet in "groen gas". Omdat het geen fossiele brandstof is, wordt er geen extra CO2 in de atmosfeer gebracht. Door dit biogas te gebruiken neemt de energievraag van het landgoed af en komt CO2-neutraliteit dichterbij. Om volledig energieneutraal te zijn is jaarlijks snoeihout van acht hectare grond nodig.
In het Masterplan dat de organisatie heeft opgesteld staan nog meer duurzaamheidsambities. Hollander geeft aan dat het thema energie een vaste plaats heeft in het plan. ‘Op dit moment onderzoeken we welke andere duurzame energievoorzieningen we kunnen toepassen. We denken er bijvoorbeeld aan om zonnepanelen op het dak van het kasteel te plaatsen. Ook een warmte-koudeopslag hoort tot de mogelijkheden.'
Behalve het goede voorbeeld geven, vindt Hollander het ook belangrijk om de gerealiseerde zaken naar buiten te brengen, zodat ook anderen zich bewust worden van de mogelijkheden. Er wordt bijvoorbeeld gedacht aan de mogelijkheid om op het terrein van de stichting een Natuur-en Milieueducatiecentrum te plaatsen. Hierin denkt het landgoed mee aan de toekomst van het Natuur- en Milieueducatiebeleid van de omliggende gemeenten.