Windenergie is op dit moment de meest kosteneffectieve duurzame energiebron. De ruimtelijke inpassing van windturbines is daarbij een van de grootste uitdagingen. Het is een lastige afweging tussen ruimtelijke ordening (landschap) enerzijds, en milieu (windenergie) anderzijds. De grote vraag is: waar moeten deze windturbines worden geplaatst? Met de plaatsingsvisie in de Nota Wervelender heeft de provincie Zuid-Holland hier antwoord op willen geven.
Initiatiefnemers van windturbines stuiten doorgaans lokaal op veel onbegrip en weerstand van inwoners. Zij zijn bang voor horizonvervuiling, windreuzen, slagschaduw en geluidsoverlast. Dit geldt niet alleen voor direct betrokkenen. Veel mensen uiten twijfels over de opbrengst en duurzaamheid van windenergie. Om de doelstelling van het Klimaatprogramma te realiseren is betrokkenheid van inwoners, gemeenten en bedrijven essentieel. Het gaat hierbij om passieve betrokkenheid (draagvlak voor windenergie, positieve houding) en om actieve betrokkenheid (zelf beschikbaar stellen van grond, een windturbine plaatsen op eigen terrein, financiële deelname in een windpark, planologisch reserveren, et cetera).
De Omgevingsdienst West-Holland kan gemeenten in de regio helpen met het creëren van draagvlak voor windenergie. Goed geïnformeerde mensen staan in het algemeen positief tegenover windenergie. Het is daarom belangrijk om tijdig informatie te verstrekken en omwonenden als volwaardige gesprekspartners te betrekken, of zelfs te laten participeren. Ook als een project draait blijft er behoefte aan informatie, bijvoorbeeld over de opbrengst van de turbines en waarom de turbines soms stilstaan. Informeren kan dan via lokale kranten, een website en door het organiseren van excursies.